
Ja, dat is hoe het nu voelt voor mij. Ik vind het heel moeilijk om dit te verwoorden, maar nadat ik juist een heel fijne en positieve ontmoeting had gehad met een lieve en fijne transvrouw, (ik noem haar voor het gemak even Maartje.) kwam ik voor mezelf tot de conclusie dat ík nooit als een zelfverzekerde transvrouw door het leven zal kunnen en durven gaan.
Ik zal uit proberen te leggen hoe ik nu weer op dit punt ben uitgekomen. Ik heb eerder aangegeven dat ik, naast alle bemoedigende mensen om me heen, ook mensen wilde spreken die de keerzijde kennen van de keuze om als transvrouw door het leven te gaan. Ik heb toen een oproep gedaan om eens face tot face met een transvrouw te kunnen praten en dat leidde al snel tot een leuke ontmoeting. Ik kwam in contact met Maartje. Een transvrouw van pak ‘m beetje mijn eigen leeftijd. We dronken koffie met elkaar met een stukje appeltaart erbij en we hadden een heel mooi, fijn en openhartig gesprek over van alles en nog wat met betrekking tot het proces van een gendertransitie.
Vooropgesteld, ik heb het met ‘Maartje’ eerst besproken dat ik hier graag over wilde schrijven. Niet om haar te kwetsen, maar om context te kunnen geven aan hoe ik op dit punt ben uitgekomen. Maartje, is dus ook niet haar echte naam.
Hoe fijn en informatief dat gesprek ook was, ik voelde me gedurende het hele gesprek een beetje vreemd. Ik kon er mijn vinger niet opleggen. Nadat wij afscheid hadden genomen van elkaar, plofte ik neer in de bank en begon na te denken over wat dat voor gevoel was. Ik haalde het gesprek in gedachten weer naar voren en kon niet anders dan concluderen dat het een heel mooi en fijn gesprek was en dat ik enorm veel bewondering en respect had voor Maartje. Zij zat daar toch maar mooi in de hoedanigheid van Maartje, ondanks dat zij ook nog maar aan het begin van haar gendertransitie stond en kampt met allerlei onzekerheden en angsten.
Nadat ik hier echt een tijd lang over na zat te denken, begon het kwartje langzaam te vallen. Maartje was qua uiterlijk volledig getransformeerd tot vrouw. Ze had een vrolijk truitje aan, een leuk rokje, panty’s aan en leuke laarsjes met een hakje. Ook had ze een mooie donkere blonde pruik met krullen er in op, dus… TADAA! Daar zat Maartje! Nu komt het. Hoe leuk, mooi en zelfverzekerd Maartje er ook bij zat, het lukte mij maar niet om de vrouw Maartje te zien. Het enige wat ik kon zien, was een man die verkleed als vrouw, bij mij op de bank zat. Dat op zichzelf vond ik helemaal geen probleem, maar Maartje was om te beginnen al beter in proportie gebouwd dan ik. Zij droeg ook kleding die ik nooit zou kunnen dragen, gezien mijn lichaamsbouw. Daarnaast had zij een veel hogere stem dan ik en bewoog ze ook veel vrouwelijker dan ik.
In mijn hoofd verving ik de tot Maartje getransformeerde man met mijzelf. Ik zoomde in, in gedachten en naarmate ik verder inzoomde, werd ‘mijn voorland’ mij steeds duidelijker en realistischer. Toen mij eenmaal compleet duidelijk werd hoe dat, oftewel ik, eruit zag, schrok ik mezelf een ongeluk. Ik zag mezelf. De dikke, breedgeschouderde, nors ogende man, verkleed als vrouw voor me. In gedachten had ik mezelf de mooist denkbare kleding, schoenen en pruik toebedeeld en was ik zelfs heel mooi opgemaakt. Echter, alles wat ik zag was een karikatuur van mezelf. Mezelf, de huidige ik, verkleed als vrouw. Ik zag uitsluitend een man die door een kledingzaak voor vrouwen heen was gestruikeld en daarna met zijn gezicht in een make-updoos was gevallen. Ik vond mezelf er bespottelijk uitzien en kon mezelf, allesbehalve serieus nemen als vrouw. Ik voelde de vloer onder mijn voeten verdwijnen, want ik realiseerde mij dat ik inmiddels al meerdere malen bij vriendinnen op bezoek was geweest in vrouwenkleding. Ook was ik al wat verder gegaan, want ik was ook al als vrouw gekleed naar benzinestations gegaan en meermaals naar het GGZ gegaan. Zelfs al zag niemand mij op dit bewuste moment, ik wenste dat ik doodging, want ik schaamde me dood voor hoe ik er de afgelopen tijd uit had gezien en mezelf al die tijd de illusie voorgehouden had, dat ik ook maar iets van vrouwelijkheid had uitgestraald.
Sommigen die dit nu lezen zullen misschien zeggen van; “Maar dit had je van tevoren toch ook al kunnen bedenken?” Achteraf bekeken is dit inderdaad het geval. Dit had ik me al veel eerder kunnen bedenken en als ik eerlijk ben, heb ik ook iedere keer als ik een nieuw kledingstuk had aangeschaft, voor de spiegel gestaan en gekeken of ik het mooi vond. Ik vond de kleding in veel gevallen heel mooi en heb natuurlijk ook heus wel gekeken naar hoe ik er in die kleding uitzag op zo’n moment. Ik kwam dan natuurlijk wel tot de conclusie dat ik er nog niet vrouwelijk uitzag, maar hield mezelf dan altijd automatisch voor, dat ik nog maar net echt serieuze dameskleding aan het shoppen was en dat het een kwestie van afstemmen zou zijn. Daarnaast zag ik nog steeds de man die ik op dat moment nog was, maar wél een man die binnen ‘afzienbare tijd’, van een lelijk zwart eendenkuikentje in een prachtige witte zwaan zou gaan veranderen, als ik eenmaal mijn gendertransitie doorlopen zou hebben.
Mijn hele leven lang heb ik bewust en onbewust, mezelf altijd voorgehouden dat het op een dag allemaal anders zou worden. Ik heb mezelf altijd enorm gehaat om hoe ik eruit zie, want in mijn beleving, zie ik er hetzelfde uit als veel pedofielen eruit zien. (Althans, meerde van mijn daders zien er soortgelijk uit als ik er nu uit zie.) Ik voelde om die reden altijd een enorme walging als ik naar mezelf keek. Deze afkeer van mezelf en mijn verlangen om naar vrouw te transformeren, maakte dat ik dacht dat het op een dag allemaal beter, mooier en gelukkiger zou zijn, want ik zou afscheid nemen van die smerige en walgelijke persoon die ik nog was en ik zou als een dolgelukkige en zelfverzekerde vrouw verder gaan.
Met dit idee heb ik zo’n beetje mijn hele leven lang rondgelopen en geleefd en daardoor was het kennelijk vol te houden. Toen in november 2024 eindelijk het moment aanbrak dat ik een soort van uit de kast kwam, was ik enerzijds heel erg onzeker en bang voor alles wat dit los zou maken bij mezelf en in de wereld om me heen, maar anderzijds voelde ik me ineens zo blij en vrij als een vlinder die uit haar cocon was ontpopt. De transitie van vieze walgelijke man naar zelfverzekerde en gelukkige vrouw, was ingezet! Ik was zo blij als een klein kind en kon het niet langer meer voor me houden. Ik begon er alsmaar meer over te vertellen bij het GGZ en ik voelde steeds meer de behoefte om het ook mijn directe omgeving te gaan vertellen. Ik heb dit ook gedaan en bijna iedereen steunde me hierin en accepteerde mijn verlangen om vrouw te worden. Zoals ik eerder al schreef, bij sommige vriendinnen ging ik zelfs al als vrouw gekleed op bezoek. Ik dacht dat ik al best wat stappen had gezet en onzekerheden en angst had overwonnen, tot op dat ene moment dat ik alleen en al memorerend op de bank zat, na de ontmoeting met Maartje.
De wolk waar ik het afgelopen jaar op had rondgezweefd, verdween ineens als sneeuw voor de zon, waardoor ik weer met beide benen op de grond en in de realiteit kwam te staan. Een realiteit waarin ik ineens geen toekomst meer zag waarin ik kon ontsnappen aan hetgeen ik het meest haat in mijn leven. Een toekomst waarin er helemaal geen perspectief of alternatief meer is voor mij. Voorheen, vóór november 2024, was mijn leven al een grote teringbende, maar er gloorde soms bewust, soms onbewust toch altijd het idee van bevrijding, maar nú, nu is er helemaal niets meer!
Ik weet nu oprecht niet meer hoe ik met mezelf verder moet. Er is in mijn beleving niets meer om voor of naartoe te leven. Voor mijn gevoel ben ik vanaf nu definitief veroordeeld tot een leven dat het leven niet meer waard is.